zaterdag 13 februari 2010

Heerlijke zaterdag

Zaterdag is altijd een van mijn favoriete trainingsdagen. En het ging vandaag dan ook erg lekker. Te beginnen met een redelijke zwemtraining. Mijn doel was om de afstand van 2,5km te zwemmen en mijn benen te ontzien. Hierna volgt immers nog een zware looptraining. Dat betekend ook dat ik af en toe moet smokkelen tijdens het zwemprogramma. We moeten best veel benen zwemmen. Als triatleet gebruik je die dingen nauwelijks tijdens het zwemmen en dus vind ik het altijd onzin als we benen moeten zwemmen. "Ja maar het is goed voor je techniek" wordt er dan geroepen. Ik heb daar een hard hoofd in. Meestal doe ik het wel een klein stukje, maar daarna ga ik over op een techniekoefening voor de armen. Veel belangrijker.

Het lopen op zaterdag doen we meestal met en hele groep. Vandaag zie ik Ivar en Paul? klaar staan. Ivar heeft ook Wouter Buist uitgenodigd. Hij is diegene die het blootsvoet lopen in Nederland promoot. Ivar vraagt of ik meeloop. Ze gaan ook nog wat versnellinkjes doen. Ik pas hier voor en kies mijn eigen route. Op het programma staat een duurloop van 2,5 uur. Dat is dus 5 rondjes Sloterplas à 6km maakt 30km. Het gaat prima. Ik loop steeds 4.50-4.55 per km. Omdat ik elk rondje wel een keer moet plassen, loop ik steeds 30min per rondje. Onderweg verzorg ik me met de flesjes drinken die ik aan mijn Fuelbelt heb hangen. Ik heb ook twee gelletjes bij. Dit alles doet me goed en de training verloopt soepel. Op het einde heb ik het gevoel nog wel een rondje te kunnen.

Snel rijd ik naar huis, neem een douche en maak een groot bord pasta. Hier geniet ik ook van: het herstel na een zware training. Goed eten, goed drinken en dan naar bed. Ik lig een uur op bed, mijn benen iets omhoof. Ik voel ze niet meer en ben totaal gewichtsloos. Heerlijk na 2,5 uur stampen.

Zware dag, maar wel lekker

Gisteren heerlijk getraind. Het is wel even moeilijk opstarten om 6 uur `s ochtends. Ik verleng dan ook nog even mijn warming-up alvorens aan de pittige intervallen te beginnen. De eerste gingen wat stroef, maar daarna lukt het me om 3min de 330 Watt vast te houden. Dan weer even 3min pauze en dat zo een keer of acht. De hartslag is hoog 160-170, maar dat is niet het ergst. Het is voor al een mentale kwestie. De benen doen pijn en je ziet de seconden op het klokje langzaam wegtikken. Dan weer concetreren op de techniek en dan weer de ogen naar het klokje. Ik probeer steeds zo lang moeglijk niet naar de klok te kijken, maar dat is moeilijk.

De looptraing die er meteen op volgt gaat soepel. Ik heb nu helemaal geen last meer van deze overgang. Hoezeer ik mijn benen bij het fietsen ook uitput, het lopen daarna gaat nu echt soepel. Hierdoor weet ik dat ik goed getraind ben en dat sterkt me.

Na de training volgt de meeste stress. Ik heb een half uur de tijd om te douchen, mijn brood te smeren, mijn studiespullen te pakken en Agnes gedag te zeggen alvorens ik op de fiets spring voor een dagje studeren. Dat studeren is heerlijk. Ik volg de opleiding tot sportpsycholoog en zo`n dag met gelijk gezinden geeft me altijd veel energie.

Om 18.30 uur ben ik weer thuis en warm een maaltijd op in de magnetron. Ik ben alleen, want Agnes is naar haar ouders. Het is stil in huis en dat vind ik niet prettig. Ik kan mijn verhaal niet kwijt en zit maar een beetje suf naar de tv te staren. Ik val af en toe in slaap en ben uitgeput. Als ik weer wat energie eet ik in één keer een doos chocoladekoekjes op en een half zak chips. Ook daarom is het belangrijk dat Agnes thuis zou zijn. Dan had ik dat nooit gedaan.